Je hebt vijf securitytools. Acht. Misschien twaalf. En toch dat onrustige gevoel dat je iets mist. In dit blog lees je hoe wél grip krijgt op veiligheidsrisico's.
Het is een herkenbare situatie. Op papier staat de stack stevig. EDR op de endpoints, een netwerk firewall aan de rand, e-mailfiltering ervoor, een SIEM die alles aan elkaar moet knopen, vulnerability scanning, een mobile device management-oplossing en sinds vorig jaar ook een aparte cloud-security-laag. Alle vakjes zijn aangekruist. En toch kun je niet garanderen dat je er bovenop zit.
Dat gevoel klopt vaker dan je denkt. Niet omdat je team iets verkeerd doet, maar omdat het aantal tools al lang geen maatstaf meer is voor het beveiligingsniveau. In de praktijk werkt het soms zelfs andersom.
Een gemiddelde Enterprise werkt vandaag met zo’n 76 verschillende security-tools (Panaseer, 2022). Elk met zijn eigen doel, zijn eigen dashboard, zijn eigen logica en zijn eigen waarschuwingen. Op het eerste gezicht lijkt dat goede dekking: voor elk risico een oplossing.
In werkelijkheid ontstaat iets anders. Tools die niet met elkaar praten. Policies die elkaar tegenspreken. Blinde vlekken op de plekken waar twee leveranciers ervan uitgaan dat de ander iets afdekt. Hoe meer losse oplossingen, hoe groter de kans dat het geheel minder samenhangend wordt in plaats van robuuster.
Integratie staat al jaren op iedere leveranciersslide. Maar een API-koppeling tussen twee producten is nog geen architectuur. Echte samenhang ontstaat als je tools een gedeeld beeld hebben van wie iemand is, wat die persoon mag, vanaf welk apparaat en in welke context.
| Stel: je EDR ziet verdacht gedrag op een laptop. Je SIEM correleert het met een afwijkende login uit het buitenland. Maar je firewall heeft geen idee, want die werkt nog op basis van IP-adressen en netwerksegmenten. De gebruiker werkt ondertussen gewoon door. Niet omdat de tools slecht zijn, maar omdat ze niet samen één verhaal vertellen. |
Meer tools betekent ook meer alerts. En meer alerts betekent niet beter beveiligd. Het betekent dat je team onder een berg meldingen werkt waarin de échte signalen wegzakken.
Onderzoek van het Ponemon Institute (2022) laat zien dat ongeveer 30 procent van de alerts structureel genegeerd wordt. Niet omdat analisten lui zijn, maar omdat het volume het uitzoekwerk onmogelijk maakt. Iedere extra tool die je toevoegt zonder de stroom van meldingen te bundelen, vergroot dat probleem. Alertmoeheid is daarmee geen menselijk falen, maar een ontwerpkenmerk van een gefragmenteerde stack.
Tegelijk is de werkelijkheid om je organisatie heen radicaal veranderd. Mensen werken thuis, op kantoor en onderweg. Applicaties draaien in meerdere clouds. Data zit in SaaS-oplossingen waar IT niet altijd zicht op heeft. IoT-apparaten staan op het kantoornetwerk en bij gebruikers thuis.
De klassieke perimeter, dat duidelijke onderscheid tussen ‘binnen’ en ‘buiten’, is grotendeels opgelost. Tools die nog vanuit dat oude model denken, blijven verdedigen waar de aanvallers niet meer komen. Meer producten van hetzelfde type lost dat niet op. Het maakt het beeld eerder onoverzichtelijker.
De interessante vraag is daarom niet welk product je nog mist, maar welke samenhang je wilt bereiken. Welke tools zijn echt kerntools voor jouw omgeving? Welke integraties zijn noodzakelijk om identiteit, endpoint, netwerk en data één verhaal te laten vertellen?
Dat vraagt om strategische keuzes. Welke leveranciers passen bij waar je over twee jaar wilt staan? Welke tijdelijke oplossingen mogen er over een jaar uit? Hoe richt je de informatiestromen zo in dat je SOC of beheerteam met minder klikken meer ziet?
Zero Trust security is geen product en geen leverancier. Het is een ontwerpprincipe: ieder verzoek wordt geverifieerd, ongeacht waar het vandaan komt. Toegang is contextueel, beperkt en aantoonbaar. Netwerken worden opgedeeld in kleinere zones, identiteit en apparaat status bepalen wat iemand mag, en signalen tussen tools horen samen te komen in één beeld.
Wanneer je Zero Trust als kompas neemt, worden keuzes makkelijker. Niet iedere nieuw tool past in dat model. Sommige bestaande oplossingen verdienen een grotere rol, andere verdwijnen op termijn. Het uitgangspunt verschuift van ‘meer dekking’ naar ‘meer samenhang’. Dat sluit ook goed aan op wat NIS2 in Nederland vraagt van essentiële en belangrijke entiteiten: aantoonbaar grip op risico’s, niet alleen een lijstje met geïmplementeerde producten.
Voor je iets aanpast, moet je weten wat je hebt. Welke tools draaien er, welk probleem lossen ze op, waar overlappen ze en waar zitten de stille gaten? Welke meldingen krijgt je team nog en welke worden in stilte weggeklikt? Welke processen leunen op één persoon die toevallig weet hoe een bepaalde policy in elkaar zit?
Met dat beeld op tafel kun je gerichte keuzes maken. Niet ‘er nog iets bij’, maar consolideren waar het kan, integreren waar het moet en je IT-security stap voor stap richting Zero Trust bewegen. Meer tools is zelden de oplossing. Meer samenhang wel.
Deel artikel